Coups de foudre in Rotterdam (v.0.2)

De ontmoeting

《Foto van station centraal binnen》
Vandaag ontmoet ik haar in Rotterdam. Ik hoor de Skype tune als ze inbelt. Ze zit ergens in het noorden van Nederland, Den Helder, zo’n 264 kilometer van hier, maar als ik haar stem hoor is het net of ze in de kamer zit.
Skype is een nieuwe wending in het verhaal, een opstapje: nu zie ik haar levend en hoor ik haar stem. Het chatten blijft, dit is gewoon een extra dimensie.
Ze deelt haar scherm en ik zie Google Earth verschijnen. Ze transporteert me naar Rotterdam, het plein voor het station waar onze virtuele wandeling zal beginnen.
“Je toont me Rotterdam door jouw ogen” was de opdracht.
Je lacht, haar stad, waar ze zoveel van houdt, waarin ze zoveel heeft beleefd en waar ze zoveel leerde. Vandaag leert ze me alles.
Rotterdam ligt aan de Maas, ik hou van rivieren, ik hou van water dat stroomt, de boten, het idee dat we ergens naar toe gaan, reizen. Ik hou van rivieren, veel meer dan van steden, maar dat vertel ik haar niet.
“Als ik de trein uitstap staat het perron letterlijk in lichterlaaie. Het station lijkt een gigantische hangar, waar zon nauwelijks binnen kan, maar toch staat het perron in lichterlaaie. Rondom ons klinkt het station geruis, een metalen stem kondigt de aankomst van treinen aan. Deze trein is aangekomen, echter, de rest is irrelevant. Haar groenblauwe ogen kijken me aan en ik weet pertinent dat we vandaag niet veel gaan wandelen. Haar empathie slokt me op met haar en huid. Ik ruik haar nu, ik hoor haar stem. Bij hoog sensitieven is een coups de foudre niet een blikseminslag maar letterlijk de big bang die de kosmos doet opensplijten, onze cosmos, verliefdheid in kwadraat, tot de derdemacht, tot alle macht. Het perron staat in lichterlaaie.
Ik weet ook dat er van echte fysieke seks vandaag niets in huis zal komen. We staan van emotie te trillen, zo hevig voelt dit thuiskomen aan. Als we wat later op een bankje zitten aan het museumplein houden we elkaars handen vast en verdwalen we in elkaars ogen. Mentale seks zomaar in publiek.”
“Kijk Jean, dit is Rotterdam Centraal Station.” Een imposante puntzak-achtige, betonnen, zeer moderne architectuur wordt geprojecteerd op mijn scherm.
“Uit België arriveer je daar. Het stationsgebouw is brandnieuw, het werd pas in 2014 geopend, vlak bij het imposante Nationale Nederlanden gebouw.”
《Foto van stationsplein》
Ik ken dit al, ik wou voorbereid zijn en ik wandelde al virtueel doorheen Rotterdam.
Is dat verraad, nee, denk ik, zo begrijp ik nog beter hoe zij deze stad ziet. Als ik het al eens gezien heb, dan ontdek ik beter haar nuances, waar ze afwijkt van het toeristische praatje, dan zie ik hoe zij de stad beleefd, hoe zij de stad ruikt, ondergaat, bedwingt, voelt.
En dat is belangrijker dan de stad, zelfs dan de rivier.
Het is zij.
Maar ik zal toch wat gebiased zijn, ik zal toch mijn mening met de hare vergelijken, dus toch een beetje verraad.
“Weet je dat op 14 Mei 1940 Rotterdam haast volledig werd verwoest?”
“De big bang dendert verder in mijn lijf. Nu ze fysiek naast me zit, is de connectie compleet. Op dinsdag is de stad niet zo druk, zei ze me, dan is het prettig wandelen. De zon schijnt van achter haar hoofd, het zet haar haar in lichterlaaie. Hoe zouden die lippen smaken, vraag ik me af, en haar tong. En hoe zouden die borsten er in werkelijkheid uitzien. Ik streel haar in gedachten, met gedachten.”
“Na de oorlog begon men onmiddellijk met de opbouw van de haven, in de jaren ’50 startte de bouw van de woonstad. Architecten kregen hierbij een vrijgeleide wat maakt dat Rotterdam architecturaal een best wel unieke stad is. Je waant je soms in New York op microschaal. Jij die zo van kunst en architectuur houdt, Jean, je gaat het hier mooi vinden.”
Mijn lieve gids vertelt verder, maar ik luister niet echt, ik luister naar hoe ze met liefde praat. Over zij en die stad, niet echt waarover ze praat.
“…de schroef van Claes Oldenburg.”
《Foto van schroef》
Ik kijk als ze een foto opent in Google Earth: ik zie een schroefvormige constructie aan een rechthoekig vijvertje.
Ik hou niet van rechte lijnen, rechte lijnen zijn zo fantasieloos, nee dan heb ik inderdaad liever die schroef. En ik hou meer van de natuur dan van steden, en in een stad hou ik meer van de mensen dan van de gebouwen, in welke architectuur ook. Maar ze ook wel een beetje gelijk: ik hou van kunst als het gevoel creëert.
Rechte lijnen geven me een fantasieloos gevoel.
Zou Claes er ook zo over hebben gedacht: “Bah, wat een lelijk rechthoekig vijvertje, ik zet hier iets kroms, iets grijs.”
Maar ik vind dat het niet op een schroef lijkt, ik zie er veel meer een sperma in die de aarde bevrucht. Perverse geest heeft die Claes. Alhoewel zo heeft het natuurlijk wel iets vruchtbaars, iets productiefs.
Dan zie ik inderdaad plots de schroef. Het is een kromme schroef, wat heb je daar nu aan?
“Achter de schroef, tegen een mooi getrimde haag (rechte lijnen) zitten wij, zie ik ons zitten, en we kijken naar de schroef. Maar als ik daar zit dan denk ik niet aan de schroef, dan denk ik aan haar rug die ik eindeloos zou willen strelen mocht emotie mijn handen niet zo erg doen beven.
Hoe ik daar haar zou doen ontspannen, energie verplaatsen van haar bekken naar haar hoofd.
Dat zou ik denken mochten mijn gedachten niet helemaal zijn geblokkeerd door emotie. Hoog sensitief noemen ze dat, actiebereidheid nul, incapabele Jean, fysiek impotent.
 
Maar toch, zo in het zonnetje op het museumplein, er zijn slechtere dingen. Ik hoor haar stem, ik ruik haar parfum als een lentebries in mijn richting blaast. Niet het goedkope spul, dat stinkt, maar ook niet het voor de hand liggende, geen chanel. Mijn geurgeheugen laat me even in de steek, maar die geur ken ik wel, hoe zou ze combineren met haar eigen geur?
Ze is nu zo fysiek aanwezig dat ik ontplof, weer die big bang.”

De kleren uit, vlug…

“Het Chabot museum is gewijd aan de expressionist Chabot. Moet je echt bezoeken.
Henk Chabot was een Nederlands kunstschilder en beeldhouwer. ”
Mandy leest verder van Wikipedia:
“Het museum is gevestigd in een witte villa uit 1938 die ontworpen is voor C.H. Kraaijeveld in de stijl van de Nieuwe Zakelijkheid door de architecten Gerrit Willem Baas en Leonard Stokla. Sinds 2000 is de villa een rijksmonument.”
《Foto van Chabot Museum 》
Ze opent een foto van een wit gebouw. Met een nieuwe zakelijkheid stuurt ze me verder op deze virtuele wandeling, maar ik voel me helemaal niet zakelijk, ik wil krom (komt allemaal door die schroef).
Nou ja, de witte villa heeft prachtige kromme lijnen, dus zo erg is het nu ook weer niet, niet zeuren Jean.
Ik denk aan de kromming van haar heupen, en aan de binnenkant haar dijen.
Ik wil strelen en kietelen, ruiken ook, maar mijn nu eerder zakelijke, doelgerichte vriendin zet dwangmatig en professioneel de wandeling verder.
Ze opent de link naar de website van het museum en toont een foto van twee naakte vrouwen, een beeld in hout en een beeld, vermoed ik, in witte marmer”
《Foto van twee naakten》
Nee, denk ik, je bent mooier dan zij. Je hoeft je handen niet voor je borsten te houden als je ze verpakt in zwarte lingerie.
Mijn gedachten dwalen af, haar sensuele skype stem gecombineerd met het witte kruis, eerder een ypsilon, van het witte mevrouwtje doet me dromen van haar schattenkaart.
Hihi, denk ik, een schattenkaart en zeerovertje spelen, zou zij de mooie deerne zijn die ik als slaaf tot me neem bij het enteren van haar schip. Bij het zien van zoveel naakt kom ik op dreef.
Ter kaperen zullen we varen, Piet Hein, Piet Hein, Piet Hein zijn naam is klein, zijn daden bennen groot, zijn daden bennen groot, hij heeft gewonnen de zilvervloot.
Piet was toen nog van Delft, vandaag zou hij een Rotterdammer zijn, als je dood bent heb je geen keuze meer vanwaar je afkomstig bent, dan veranderen ze dat zonder je te raadplegen, ook al won je die zilveren vloot zelfs 10 keer.
Focus Jean, je moet de gidse volgen. (Gids heeft geen vrouwelijke vorm, merk ik nu, de spellingchecker zegt dat “Gidse” fout is, ze krijgt van die rode golfjes onder haar, vreemd, en werkelijk, ik wil geen rode golfjes onder mijn gids Mandy, Mandy is perfect zoals ze is met letterlijk al haar eigenaardigheden, allemaal, want die maken ook wie ze is en zij wil ik niet gemist hebben)
“Het mooiste museum vind ik evenwel het museum van Boijmans – Van Beuningen.”
“Hier kan je naar Van Gogh gaan kijken, zou je echt eens moeten doen” daar denk ik aan.
Maar nee, dat was in Amsterdam waar Kris De Bruyne zijn lief had, niet in Rotterdam. Mijn lief is hier nu, nee daar in het noorden van Nederland en tegelijkertijd ook in Rotterdam waar we nu samen wandelen, terwijl ik hier in Mechelen zit en zij mee in mijn kantoor.
De virtuele wereld is een complexe wereld.
“Weet je, Magritte hangt hier ook” Maar nee Mandy, Magritte die moet je in Brussel gaan bekijken.
“Ceci n’est pas une pipe” Wat ik in mijn broek voel is wel een pipe, Magritte, heu Mandy.
Het Natuurhistorisch Museum laten we links liggen, ze houdt niet zo van exacte wetenschappen, dus met haar kom je daar niet en dit is haar wandeling.
Jean zou hier wel naar binnen gaan, Jean is het archetype van de exacte wetenschapsman, met Darwin in bed, nou ja, hevige volger van de Evolutietheorie, the survival of the fittest.
Papa was dat ook, papa ging vlinders en kevers vangen in de weide en papa stak naalden door de diertjes.
Papa nam Jean niet mee, Jean zag papa als een grote, dikke kever gebogen door het veld gaan, met een vangnet.
Jean stond aan het reusachtige bel-etage livingraam en zag hoe papa diertjes ving.
Jean mocht wel kijken naar de opgestoken diertjes in grote, platte kartonnen dozen maar kleine Jean voelde de pijn van de kleine diertjes, zag ze veel liever in de weide.
Vlinders en reuzegrote ultra groene sprinkhanen die je nu niet meer ziet.
Ah nee, immers, die zitten opgestoken op naalden in die dozen. Papa is er niet meer, maar waar zijn de dozen?
Ze heeft overschot van gelijk, het Natuurwetenschappelijk museum laten we links liggen, geen dode, opgestoken dieren vandaag.
“Nu onze knieën het weer doen, wandelen we naar het Park. Langsheen een glazen paviljoen, weer die rechte lijnen, in het Park zijn nog meer mensen, kan je een ijsje kopen en wat doe je het best als je door emotie geen brok door de keel kan krijgen? Wel ja, met een ijsje gaat dat toch beter en dan heb je wat om handen.”
《Foto van Natuurhistorisch museum 》
“In het Park kom je langs het Noors Kerkje, er zijn diverse buitenlandse kerken in de Maasstad. Maar deze is wel de mooiste. Hier vangen ze Noorse zeelui op en houden hen op het juiste pad. Ze halen ze uit de kroegen en van de straat. Dit kerkje is het grootste houten bouwwerk van Nederland.
Trouwens Jean, wist je dat er in Antwerpen op de Italiëlei ook een Noorse zeemanskerk staat, met dezelfde functie, maar bijlange niet zo mooi als de onze. Heel leuk is de kerstmarkt rond die kerk met heerlijke Noorse specialiteiten”
Mooi in Nederland
Lelijk in België
《Foto’s van Noorse kerken in Rotterdam en Antwerpen》
Noorwegen, het land van de gelukkigste mensen. Gewoon, en dat is wel mijn theorie, omdat daar de vrouw zeer vrouwvriendelijk wordt behandeld. Sterke vrouwen maken gelukkige kinderen, dat is nu eenmaal bewezen. En Jean ziet zijn vrouwen graag sterk. #HeForShe
“Nu het beven is opehouden, emoties verwerkt. Met mijn ogen kleed ik haar uit, eerst die nekketting, haar totem, nu even geen poesje, slaafje. Dan die spikkeltrui, een armband, een polshorloge, zonder tijd is ze zoveel meer naakt. Haar zwarte BH mag ze nog even aanhouden. Ik druk haar tegen me aan, geef haar de al lang geleden beloofde knuffel en voel voor het eerst haar huid. Huidhongerig ga ik verder. Ik stroop de jeans van haar kont. Ik hou van haar kont, maar haar zwarte broekje mag ze nog even aanhouden, kwestie van verpakking. Haar knalrode sokken, een vestimentair fantasietje gaan wel uit, ik wil haar mooie voeten bewonderen. Letterlijk haar tenen kussen. Krijg ik pardoes een aanval van een voet fetisj.
Dit denk ik terwijl we met een ijsje door het park flaneren.
Welke geur is dat nu? Het is een wat oudere geur, kruidig, natuur, niet te zoet, verkopen ze nu niet meer. Zoet is van haar ijsje, wat kunstmatige frambozensorbet en chocolade. Goede combinatie maar in Mechelen is het ijs beter.
Eau de Patou, ik heb hem…”

Teasing en appetizers

“Weet je dat Rotterdam eigenlijk een schip is?”
 Verwondert kijk ik haar aan (nee niet haar, het scherm waarlangs ze spreekt, maar het voelt als haar, ze is hier en toch weer niet, in Mechelen, in Den Helder en in Rotterdam)
“Nee, hoezo”
“In Rotterdam staat er een enorme scheepsmast die bij klaarlichte dag van 30 km afstand te zien is.”
Ze toont me een foto van de Euromast.
Het komt van het Engels dat stuurboord, dus het stuur staat rechts. Zo kan je dat onthouden. De rechterkant van het schip is stuurboord, de linkerkant is bakboord. Wat dat die bak is aan de linkerkant weet ik niet.
En ik weet dat we hier weer contact maken met de Noren, ja van dat kerkje: zij bedachten immers deze termen.
Maar de conclusie is duidelijk, in de richting dat de Euromast kijkt, is rechts ervan stuurboord Rotterdam en links ervan bakboord Rotterdam. Rotterdam is een schip, de gids heeft het gezegd, dus het is waar.
En Engels is een vermenging van Frans dat aan het hof werd gesproken en het Keltisch van de Britten. De Britten zelf hebben heel veel vikingbloed in zich en de vikingen kwamen uit het huidige Noorwegen.
En ik moet ook denken aan die sperma van daarnet en dus nu een reusachtige fallus.
Seks is everywhere in Rotterdam.
Focus Jean, je lief is aan het vertellen…
《Foto van Eoromast》
“Hier kan je slapen tussen de sterren. Op 100 m hoogte. Moeten we echt eens doen.”
“Ik denk het niet schat, wat heb ik aan slapen tussen de sterren als ik dan alleen maar wil kijken naar jou.”
“Doorheen de Parklaan, wandelen we naar de Veerhaven”
《Foto van de veerhaven》
Moet ik me daar ineens denken aan Hyacint Bouquet, een emmer (bucket) van een mens. Hier lijkt het leuk om te picknicken, “waterside supper with riparian entertainments”. Of voor de gewone mens, een picknick aan de waterkant. Sommige mensen maken het zichzelf en anderen heel moeilijk.
“Mijn favoriete museum is het Fotomuseum.”
《Foto in fotomuseum 》
Daar raakt ze me, mijn geliefkoosde hobby (en de reden waarom ik zelf nooit op familiefoto’s sta). Mooie plaatjes waarachter je zoveel verhaaltjes kan bedenken. Schrijven is zo gemakkelijk: je neemt een willekeurige foto en fantaseert er een verhaal rond, van minimum 1000 woorden, vooruit, aan de slag.
Nu niet Jean, focus aub, je bent precies een klein kind. Foei, hou je aandacht erbij. Ze doet zo haar best…
Ik moet weer denken aan Hyacint en haar “Royal Doulton with the hand painted periwinkles” (vrij vertaald: chique porselein met hand geschilderde mosselen) als Mandy met vuur begint te praten over het Wereldmuseum waar we nu blijkbaar zijn aangekomen (foei Jean, focus aub).
“Het wereldmuseum is mijn tweede favoriete museum van Rotterdam. Hier vind je objecten komende van alle uithoeken van de wereld.”
Schip Rotterdam gaat hier op reis rond de wereld en neemt (hebben ze het gekocht of gestolen?) tot 2000 objecten (periwinkles misschien, nee niet de kleur en ook niet de mossel) mee van overal waar ze varen.
Ik hou zo van reizen, dat heb ik gemeen met die Rotterdammers. Andere culturen van binnenuit opsnuiven, andere natuur, andere geuren (sorry Indië, iets teveel), andere mensen, andere gewoontes. Ik ga graag op in dat andere, dat exotische, niet zo hoppen van het ene toeristische monument naar het andere, nee, liever op een bank zitten kijken naar mensen, of zonder plan flaneren door straatjes, als ze in een restaurant de lokale taal spreken en geen Duitse of Engelse menukaart hebben, daar precies naar binnen, naar dat niet platgetreden toeristische pad, maar een eigen pad dat het pad van de bewoners volgt.
“Ik tease haar en breng haar appetizers. Even de rug masseren, de kontspieren deblokkeren, de dijen en kuiten, enkels en tenen. Ze heeft ze allemaal mooi gevormd. Mijn warme handen masseren sensueel en voelen graag die mooie vrouw. Huidhonger wordt nauwelijks gestild, altijd zin in meer, zin in meer voelen, zin in meer tasten, zin in vorm geven. Lui en loom al draait ze zich om op mijn lieve, doch doortastende commando. Laat het voorspel beginnen…”

Voorspel op steroids

“En dit is de boeg”
Rotterdam is een schip.
《Foto van de boeg》
En weer krijg ik een erotisch visioen als ik in de boeg haar schip herken. De knieën opgetrokken en ik daar haar bespeel en proef en helemaal in haar op ga.
Perfect geschoren, perfect glad. Moet helemaal niet van mij, ik hou wel van de rosette.
Als ik op kijk zie ik vanaf haar venusheuvel langsheen haar navel, haar mooie borsten en haar gezicht dat weg is van deze wereld, dat helemaal gefocust is op mijn liefkozen, de cadans van mijn liefkozen, het ritme van haar ademhaling dat versnelt.
Terug aan het werk Jean, aan de slag.
“Zeg Jean, je bent toch aan het luisteren he.”
“Zeker schat” lieg ik, ik zit in haar schoot nu, in Den Helder, in Rotterdam en in Mechelen. Driemaal is scheepsrecht, en al doende leert men, graag heel veel oefenen.
Oei blasfemie, ik heb net een monument verkracht dat is opgedragen aan maar liefst 3500 zeelieden, vertelt Mandy me, die hun leven verloren tijdens de tweede WO.
Sorry zeelieden, dat wist ik niet, ik zal nooit meer hier over Mandy fantaseren, werkelijk nooit meer. Met 3500 zeelieden hou je best heel veel rekening, dat besef ik nu wel, zeker in een havenstad, waar ze zeerovers kweken en zeelieden van de straat plukken en beschermen tegen Malle Babbe en familie.
“Voorbij de boeg zien we De zwaan  een imposante brug over de Maas, met een zwanenhals van maar liefst 139 meter hoog. Aan de voet van de brug kan je gaan varen in een rondvaarboot. Gaan we zeker doen, Rotterdam vanaf het water is prachtig”
《Foto van de zwaan》
Het jongetje in mij juicht, maakt een bokkensprong: we gaan varen, op de rivier. Mijn dag kan niet meer stuk.
Maar nee, de gids beslist anders, virtueel valt er niet te varen. Mandy haalt soms het virtuele en het reële door elkaar. De grenzen zijn soms onduidelijk, ik begrijp haar, maar als je de grens niet respecteert tussen het virtuele en het reële, het fictieve en het feitelijke (en nee Trump, we dulden geen alternatieve feiten, geen alternatieve realiteiten) dan raak je de weg kwijt en verdwaal je.
Ik luister wel verder.
《Foto van le phare rouge 》
Ze toont me een klein, rood vuurtorentje.
Moest ik pervers zijn, en louter en alleen altijd aan seks denken dat zijn we nu aangekomen aan de clitoris van de stad. Maar zo pervers ben ik niet dat ik aan clitorissen denk bij het zien van kleine vuurtorentjes tegenover een Maritiem Museum. Alhoewel ik het zeewater wel lust, en de periwinkles, HAAR periwinkle (mossel dus voor de niet anglofielen).
Maar ja, zeg, zo gek is dat nu ook weer niet.
Het schipperskwartier weet je wel, the redlights area, de woning van Malle Babbe en co, daar waar die Noren niet mogen komen (niet direct iets waar ik mijn gading vind, echt niet, maar in een erotische context is het een pikant ideetje).
Waar zou het glazen kwartier zijn van Rotterdam, de Moulin Rouge, de huizen van plezier, dat vertelt Mandy niet.
In Rotterdam staat er een “Phare Rouge”, dat vertelde Mandy wel, die lieve snoepert.
Mandy toont me paddenstoelen langs het water. Nee Jean, niet paddenstoelen maar kubusjes op poot.
《Foto van de kubuswoningen》
Dat bemeubelen moet lastig zijn, denk ik zo, en veel ruimte hebben ze daar niet.
Dat is iets waar Jean niet tegen kan, kleine kamertjes, weinig ruimte, weinig licht. Jean moet ruimte hebben, veel ruimte, om uren met de Lego blokjes te spelen, kubusjes en balkjes, en huizen maken. Papa speelt nooit met Jean, Jean speelt alleen als papa diertjes gaat vangen.
“De kubuswoningen in Rotterdam zijn 38 kubusvormige paalwoningen en 13 bedrijfskubussen bij de Blaak nabij de Oude Haven. Ze zijn gebouwd tussen 1982 en 1984, na een eerste presentatie van de plannen in 1978. Het ontwerp van Piet Blom is een variant op de Helmondse kubuswoning in een iets groter maatraster.
De kubuswoningen zijn gebouwd in de vorm van een gekantelde kubus op een paal, en worden ook wel paalwoning of boomwoning genoemd.
Eén van de kubushuisjes kan je gaan bezoeken. Best wel leuk. Maar het is lastig om je meubels erin kwijt te geraken”
Zie je wel, Jean let wel goed op, Jean is een brave leerling die opkijkt naar de juffrouw, die heel veel zin krijgt in de juffrouw. Ik wist dat al, van dat lastig bemeubelen, nog voor de juffrouw het vertelde, die lekkere juffrouw.
“Nu ze is omgedraaid moeten BH en broekje uit, die zijn uitgespeeld. Ze heeft niet de mooiste borsten, maar het zijn wel HAAR mooie borsten. Zoiets zeg ik natuurlijk niet, begin 40 mag ze nog best gezien worden, en ik ben ook niet meer een adonis (nota van de redactie: dat is hij nooit geweest, eerder een warme beer). Haar lichaam is prachtig voor haar leeftijd, past perfect bij haar en dat is allesbepalend. Ze kijkt me verwachtend aan, ik verwarm de borsten, de buik, een schattig buikje. Los moeten de gelaatspieren, los moeten de ogen en wenkbrauwen, dit masseren doet haar ontspannen, eerder al viel ze wel eens in slaap, bij zoveel loslaten. Niet nu, ik heb haar aandacht en ze heeft zin. De zucht naar verder genot, verdere connectie doet haar naar mij grijpen, dit voorspel komt nu ten einde, beslist ze kordaat.”

Een gezamenlijk orgasme

“En dit Jean, is de markthal”
《Foto van de markthal》
Opeens voel ik opwinding. Nee niet bij mij, bij haar. Is dit haar lievelingsplekje misschien?
Inderdaad de musea vol inhoud en de betonnen welvende structuren die erotiek insinueren maken plaats voor… shoppen!
“Dit is het hart van de stad. Rondom een boog van 40 meter hoog, waarin appartementen zijn ondergebracht en binnenin de boog kraampjes, winkeltjes en restaurants en cafés. Het Rotterdamse Voeding walhalla.”
Langsheen de Laurenskerk, we gaan niet naar binnen, we zijn niet religieus, maar ook, Google Maps laat je daar niet naar binnengaan, komen we langs het standbeeld van Erasmus.
“Nee Jean, de Laurenskerk is niet echt een kerk meer, het is een plaats voor beurzen, congressen, symposia, etc.”
Maar Google Maps laat je er niet naar binnen gaan. Dus verder, alsjeblief.
 “De hoogstraat is waar het shoppen begint, het winkelhart van de stad”
Mandy is nu extatisch, orgastisch bijna, of toch, zo interpreteert een hoog sensitief iemand de verandering in haar stem. Duidelijk is, dit is haar territorium, serieus cliché, ze is tenslotte ook vrouw, maar een modieuze dame heeft nu eenmaal zo haar bezigheden.
We betreden de wereld van de pumps, Assepoesters muiltje, de chique lingerie, rokken, broeken, truien, enzovoort, enzovoort.
Jean haakt af, shoppen is echt niet zijn ding. Weer zo’n cliché, maar o zo toepasselijk: te druk, teveel mensen, winkels die stinken (hoog sensitief) en teveel roltrappen waar kleine Jean niet naar beneden durft, maar wel naar beneden moet, want als je eenmaal een roltrap bent opgegaan, leerde kleine Jean, dan is er ook een roltrap naar beneden. Roltrappen naar boven zijn niet eng. Roltrappen naar beneden zijn een verschrikking. “Mama is er geen lift?” “Nee, Jean, je moet nu mee naar beneden.” Kleine Jean is heel bang, panisch bang, onredelijk bang, kleine Jean is dan 5 jaar.
En zie, Mandy laat pardoes het stadhuis en het postgebouw links liggen. In iets dat met het huwelijk te maken heeft ze nu geen zin. Letterlijk links liggen dus. Ze holt meteen naar de winkelstraat.
Maar Mandy kent Jean en zijn kleine en grote eigenaardigheden. Mandy gaat niet shoppen met Jean, niet als die dan verandert in een mopperend, mokkend klein kind van 1 meter 81 en 99 kg.
Nee, Mandy weet beter, er is immers één soort winkel waar Jean dagen in kan slijten. Jean is een liefhebber van woorden en woorden staan in boeken. En Jean heeft wel een e-reader met duizend boeken, een bibliotheek van Alexandria in pocketformaat, maar langs het echte ding geraakt hij niet voorbij.
《Foto van de donner, de grote boekhandel》
“Jean, dit is Donner, de grootste boekhandel van Rotterdam. Hier ben ik heel graag met jou, hier zie ik die pretlichtjes in jouw ogen, hier wil ik je lezen. Hier wil ik je opeten met haar en huid, letterlijk al jouw inhoud, al jouw woorden. En ik zal je bestoken met woorden, harde woorden, ja ja, pas maar op, en zachte woorden ook, zijdezacht, zacht met een scherp kantje zodat je op je qui-vive blijft, op je hoede, roept en blijft roepen ‘wie daar?’ en ik kan antwoorden duizendmaal: ik, ik, ik, ik, …”
Jean voelt zich wat schuldig, zoveel liefde en vertedering hoort hij in haar stem, haar lieve stem die zo mooi haar verhaal van Rotterdam heeft verteld, zoveel mooi voorspel om intellectueel gezamenlijk te komen bij dat wat hun bindt: niet zozeer het erotische (best spannend) of het seksuele (heel plezant) maar woorden, hun liefde voor woorden.
Jean wordt even stil, dit had hij zo niet verwacht. Door pure schoonheid gepakt, zowel letterlijk als figuurlijk.
Ze liggen uitgeput en voldaan zoals je uitgeput en voldaan kan liggen in deze virtuele wereld.
Het scherm spreekt weer: “Als je wil mag je hier blijven, in deze grote boekenspeeltuin, dan gaat Mandy even de Lijnbaan op. Mandy heeft nog iets te doen, immers. Een klein boodschapje…”
Via de lange Lijnbaan en de Korte Lijnbaan, langsheen het Stadhuisplein en het Schouwburgplein kom je aan de boulevard en het station waar de trein staat richting België en ook één naar Den Helder.
In de virtuele wereld is dat iets van “verdwijnselen” en “verschijnselen”.

Afterplay

In Den Helder kijkt Mandy over de veerhaven. Ginder ergens ligt Texel, 20 minuten varen. Als het lekker weer is gaat ze graag daar uitwaaien. De lucht is grijs nu, daarnet was het virtueel zonnig.
Van zo wandelen langs het strand, de zeebries voelen op haar gelaat, daar wordt ze helemaal zen van, dat is genieten. Haar batterijen zijn weer gevuld, het potje vol. Zo virtueel vreemdgaan heeft zo zijn voordelen. Safe, just in time, just enough, maar toch heel erg vullend als je van intellectuele stimulatie houdt. Ze moet even lachen: “Virtueel vreemdgaan”, moet ze altijd aan de silly walk denken van John Cleese in Monty Python.
《Foto van overzet naar Texel》
Jean loopt naar de Grote Markt, even broodbeleg halen, brood bakt hij zelf. De lucht is grijs, het miezert zelfs wat. Niet het virtuele zonnetje van daarnet.
Bij de kruidenier de eerste Belgische aardbeitjes halen, best een lekker snoepje. Ze zijn nog duur nu, maar dat mag wel even. Aardbeitjes met zwarte chocolade zijn pure erotiek, zeker als ze de chocolade laat smelten op haar huid en Jean die magoplikken.
Jean lacht om Mandy, wat heeft ze dat heerlijk gedaan, zo’n virtuele wandeling doorheen haar stad. Het kan ook allemaal maar. Binnenkort doen ze dit met virtuele realiteit, dan wordt het nog echter. Perfect in time en perfect genoeg.
Seffens kookt Jean voor zijn echtgenote en de grote kinderen, Stoofvlees met friet, kan het Vlaamser?

Appendix

Piet Hein

Hij heeft gewonnen gewonnen De Zilvervloot
Heb je wel gehoord van de zilveren vloot, De zilveren vloot van Spanje?
Die had er veel Spaansche matten aan boord. En appeltjes van Oranje!
Piet Hein, Piet Hein, Piet Hein, zijn naam is klein,
Zijn daden bennen groot, Zijn daden bennen groot: Hij heeft gewonnen de zilvervloot,
Hij heeft gewonnen, gewonnen de zilvervloot.
Zei toen niet Piet Hein, met een aalwaerig woord:
“Wel jongetjes van Oranje, Kom klim ereis aan dit en dat Spaanscheboord, En rol me de matten van Spanje!”
Piet Hein, Piet Hein, Piet Hein, zijn naam is klein,
Zijn daden bennen groot, Zijn daden bennen groot: Hij heeft gewonnen de zilvervloot,
Hij heeft gewonnen, gewonnen de zilvervloot
Klommen niet de jongens als katten in’t want,
En vochten ze niet als leeuwen? Ze maakten de Spanjers duchtig te schand,
Tot in Spanjeklonk hun schreeuwen.
Piet Hein, Piet Hein, Piet Hein, zijn naam is klein,
Zijn daden bennen groot, Zijn daden bennen groot: Hij heeft gewonnen de zilvervloot,
Hij heeft gewonnen, gewonnen de zilvervloot

Malle Babbe

Je schuimt de straten af
En volgt het dievenspoor
Met schooiers en soldaten
Hun petten op een oor
Je tilt je rokken op
En lacht naar iedere man
Die in het donker wel durft
Wat overdag niet kan
En bij nacht
In de kroegen hier
Gaat je naam in het rond
Bij het blond schuimend bier
Ik ken ze een voor een
De heren van fatsoen
Ik zal ze nooit vergeten
Zoals ze jou wel doen
Hoe vaak heb jij zo’n kop
Bezopen, stom en geil
Niet aan je borst gedrukt
Je lijf nat van zijn kwijl
En bij nacht
In de kroegen hier
Gaat je naam in het rond
Bij het blond schuimend bier
Malle Babbe kom
Malle Babbe kom hier
Lekker stuk, malle meid
Lekker dier van plezier
Malle Babbe is rond
Malle Babbe is blond
Een zoen op je mond
Malle Babbe, je lekkere kont
Lalalalalala
Lalalalalala
En zondags in de kerk
Dan zit daar zo’n meneer
Stijf als een houten plank
Met spijkers in zijn kop
Te kijken in zijn bank
Een zwart lakens pak
Om zijn zondige lijf
Bang voor de duivel
En bang voor zijn wijf
En zuinig een cent
In het zakje doen
Zo koopt hij zijn ziel weer terug
En zijn fatsoen
En jij moet achteraan
In het donker ergens staan
Zoals het hoort
Maar eens dan komt de dag
Dan luiden ze de klok
Dan draag jij witte bloemen
En linten aan je rok
Wanneer we met elkaar
Gearmd de kerk uitgaan
Wat zullen ze dan kijken
Daar denk ik altijd aan
Als bij nacht
Malle Babbe kom
Songwriters: Nijgh H Lennaert

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *